zaterdag 28 februari 2015

Duurzaam boodschappen doen

De gedachte dat je alleen duurzamer boodschappen kunt doen door naar ‘dure’ winkels als de EkoPlaza, Marqt en Biomarkt te gaan is achterhaald. De producten in deze winkels worden weliswaar speciaal geselecteerd op duurzame, biologische kenmerken, maar ook bij de appie om de hoek kun je zonder al te veel moeite stukken duurzamer boodschappen doen. Zónder verder te fietsen of meer uit te geven. Duurzaam is niet altijd duur! – Door: Ramon Holle.

Volgens de consumentenbond is de voedselproductie en –consumptie verantwoordelijk voor een derde van de broeikasgassen die een huishouden produceert. Er is veel energie, ruimte en water nodig voor de voedselproductie en er zijn veel negatieve gevolgen dankzij het gebruik van bestrijdingsmiddelen, kunstmest en medicijnen. Je kunt daarom veel duurzamer voedsel consumeren door bewuster stil te staan bij wat je koopt. En dat begint al in de supermarkt. Hier zijn vijf tips om jouw winkelmandje zo duurzaam mogelijk te vullen.

1. Koop minder of geen vlees.

Er zijn talloze redenen om minder of geen vlees te eten. Wakkerdier geeft maarliefst tien redenen om geen vlees meer te eten. De belangrijkste redenen zijn dat je zowel dierenlevens (zo’n 727 dieren in je leven!) als het milieu spaart. De veehouderij draagt namelijk wereldwijd voor 14,5% bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Voor veevoer wordt tropisch oerwoud gekapt om plaats te maken voor sojaplantages, met het verdwijnen van verschillende diersoorten tot gevolg.

En waar je misschien niet zo snel bij stilstaat is dat een dier óók moet eten. Voor elke kilo vlees heeft het dier wel 2 tot 25 kilo voer gegeten. Hiervoor wordt veel graan en soja verbouwd en verbruikt. Ook kost de vleesproductie veel kostbaar water. Zo vereist de productie van een kilo rundvlees in totaal 15.000 liter water, een kilo varkensvlees 6.000 liter en een kilo kip 4.300 liter.

Doe je het niet voor het milieu, dan kun je het ook voor je zelf doen. Er zijn veel studies die een link aantonen tussen het eten van veel vlees en hart- en vaatziekten, obesitas, diabetes en kanker. Andere studies wijzen uit dat deze ziektes minder vaak voorkomen bij vegetariërs, dat vegetariërs dunner zijn en dat ze ouder worden.

Kun je het vlees toch niet laten staan? Kies dan voor minder vlees en voor minder belastende vleessoorten. Zo is kip een duurzamere keuze dan rundvlees.

2. Kies vaker plantaardig.

Een logisch vervolg op de vorige tip is het kopen van veel plantaardige producten om vlees mee te vervangen. En dat kan echt heel gemakkelijk. Eiwitten zijn namelijk veel beter rechtstreeks uit planten te halen. Er zijn veel plantaardige eiwitbronnen. Van minst naar meest milieubelastend zijn dit: peulvruchten (bonen, erwten, linzen, kiemgroenten en pinda’s), vleesvervangers (‘nepvlees’ dat gemaakt wordt van soja) en eieren.


3. Kies voor seizoensproducten.

De teelt van seizoensgroente en –fruit kost veel minder energie dan de soorten die buiten het seizoen in verwarmde kassen zijn geteeld. Milieu Centraal heeft daarom een groente- en fruitkalender ontwikkeld waar je voor elk soort groente en fruit kan vinden of dat duurzaam is om te kopen op dit moment. Op de website van Seizoenseten kun je in één oogopslag zien welke producten je in dit seizoen beter wel (groen gekleurd) of niet (rood gekleurd) kunt kopen.

4. Kies voor regionale producten.



Het is beter voor het milieu dat voedsel zo min mogelijk afstand aflegt, want voedseltransport beslaat een groot deel van de totale vervuiling die de voedselindustrie voortbrengt. Aangezien er in Nederland veel voedsel wordt verbouwd (weliswaar voornamelijk in broeikassen), is er vaak wel een regionale variant voor handen. Radijsjes uit Nederland bijvoorbeeld. Het is nog beter te kiezen voor producten die van nature al in Nederland kunnen groeien, zonder broeikas dus. Denk aan uien en wortelen.

5. Vermijd onnodige verpakkingen.


Vrijwel alle producten in de supermarkt zijn verpakt. Vaak wordt de volgende reden daarvoor gegeven: 'de houdbaarheid wordt verlengd en de producten worden beschermd tijdens transport en opslag.' Dat is niet (helemaal) waar. Zeker groenten en fruit bederven namelijk sneller als het in plastic verpakt is en kun je dus veel langer bewaren zonder verpakking. Sla en spinazie in plastic worden snel slap, terwijl het in een vochtige theedoek in de koelkast een week lang ver blijft. Bovendien hebben natuurlijke producten een natuurlijke bescherming (zoals een schil), waardoor het extra verpakkingslaagje overbodig is. Verpakkingen laten ook vaak een plasticresidu achter in/op het product, wat je weer binnenkrijgt als je het eet. 

Helaas kost het maken en vervoeren van verpakkingen veel energie. 
Bij de verwerking van verpakkingsafval komen bovendien schadelijke stoffen vrij. Voorbeeldje: plastic waterflesjes zijn dertig keer meer milieubelastend dan leidingwater.

Vermijd dus onnodige verpakkingen. Koop grootverpakkingen, tenzij 
je dan eten overhoudt: voedselverspilling voorkomen is belangrijker dan verpakkingsmateriaal besparen. Neem bovendien een boodschappentas mee zodat je geen plastic tasjes nodig hebt. (Voor tips om altijd een tas bij je te hebben, zie het blog '(Geen) tasje erbij?'.) Tot slot vermindert hergebruik van verpakkingsmateriaal de milieubelasting. Lever daarom zoveel mogelijk verpakkingsmateriaal gescheiden in. Bij het Meldpunt Verpakkingen kan je suggesties kwijt over het milieuvriendelijker maken van verpakkingen.

Houd je aan deze vijf tips en je zult merken dat je helemaal niet meer uitgeeft aan boodschappen dan voorheen. En dat terwijl je ook nog eens heel verantwoord bezig bent. Succes!


Contact

Fika?

Wij worden enthousiast van enthousiaste mensen en leuke projecten. Heb je een tof idee? Wil je je inzetten voor een duurzamere wereld? Zoek je hulp bij je project? Wil je samenwerken? Aarzel niet en stuur ons een berichtje!

Waar zitten we?

Onze leden komen uit heel het land, maar je vindt ons het vaakst in Amersfoort, Utrecht, Amsterdam of Rotterdam. Ons kantoor is gevestigd aan de Stadsring in Amersfoort. Kom je een keertje langs?